Tentoonstelling "KOFFIETIJD"

Van 2 juni tot en met 7 oktober 2017 kunt u in ons streekmuseum alles te weten komen over koffie en de geschiedenis ervan. Van koffiebonen branden, stampen, malen, pruttelen, proeven en genieten van een heerlijk kopje zoals wij dat ook in ons museum schenken.

 

Boeren dronken in 1700 al koffie

Als u het terrein van het Streekmuseum Krimpenerwaard oploopt over het pad met appelbomen, ziet u, achter de hooiberg, de Hallehuisboerderij liggen. De boerderij stamt van voor 1690, blijkt uit archiefstukken. Daaruit kunnen we afleiden dat de toenmalige bewoners al koffie dronken. Dat wijst onderzoek uit van historicus Johan Karremans naar inboedels, consumptiepatronen en levensstijlen van de boerenstand in de Krimpenerwaard uit 1970.

 

Volgens zijn onderzoek was de gegoede boerenstand in de zeventiende en achttiende eeuw al volledig opgenomen in het stedelijk milieu. Het consumptiepatroon op het platteland van de Krimpenerwaard en bijvoorbeeld een stad als Delft verschilden niet. Boeren dronken net als de stedelijke middenstanders nieuwe dranken als thee en koffie en rookten tabak. Als u zich in gedachten verplaatst naar

de 17e of 18e eeuw en naar de keuken van de boerderij zou lopen,zou  de vertrouwde geur van vers gezette koffie u tegemoet komen. 

 

 

 

Koffie malen 

Rond 1650 begon het koffie drinken in Europa. Er waren toen nog geen koffiemolens. Aanvankelijk werd de koffie in een vijzel gemalen. In een kopje werd de fijngestampte koffie vermengd met heet water. Het fijnstampen van de koffiebonen met een vijzel was tijdrovend en zwaar werk. Het maalsel was bovendien grof en had daardoor weinig aroma. 

 

Schootmolens

Begin 18e eeuw werd in Europa de ‘schootkoffiemolens’ uitgevonden. Die zorgden ervoor dat de koffie veel fijner gemalen kon worden, wat de smaak ten goede kwam. De molen werd tussen de dijen geklemd voor gebruik. Hij had aan de bovenkant een slinger om te malen. De gemalen koffie werd aan de onderkant van de molen opgevangen in een schuiflade. De bekendste Nederlandse koffiemolens waren van het merk Pe De. Na 1900 kwam de wandkoffiemolen op de markt en in 1960 was er de eerste elekrische koffiemolen. Deze elektrische molens zijn relatief kort gebruikt. In de tweede helft van de jaren 60 stapten veel mensen over voorgemalen koffie.

 

 

Kraantjeskan

Vanaf 1700 werden er kraantjeskannen gebruikt. Deze werden op tafel gezet zodat iedereen zelf zijn kopje kon bijschenken. De koffie werd bijgevuld door de huishoudster of bediende.  Vanaf 1780 werd het ‘verlakken’ van deze tinnen kraantjeskannen populair met motieven naar oosters voorbeeld. Ook kwamen de porseleinen koffiekannen, die de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) meebracht uit Japan en China in de mode.

 

 

Dansende geiten

Over het ontstaan van de drank koffie doen allerlei verhalen de ronde. Volgens de overlevering werd de plant ontdekt door de jonge Ethiopische herder Khaldi. Hij zag dat zijn geiten heel vrolijk en actief werden na het eten van de bessen van de koffiestruik. Monniken uit een naburig klooster maakten er een drank van en ontdekten zo de opwekkende werking van koffie.

Arabische handelaars, die wel brood zagen in deze nieuwe drank, namen de plant mee en begonnen in Jemen koffie te telen. Een tijd lang hadden ze een handelsmonopolie, maar ze konden dit niet in stand houden. Dit kwam omdat zeelieden en pelgrims de plantjes mee naar huis smokkelden. De VOC nam in 1614 een plantje mee naar Amsterdam. Onze hoofdstad werddaardoor aan het eind van de 17e en begin van de 18e eeuw het wereldcentrum van de koffiehandel.

 

Koffie is anno 2017 het meest gedronken drankje ter wereld en heeft nog steeds een grote sociale en culturele functie in onze maatschappij. Had de Ethiopische herder Khaldi dit 1500 jaar geleden ooit kunnen denken toen hij zijn geiten zag dansen en springen nadat ze koffiebessen hadden gegeten? Waarschijnlijk niet!