De historie van het streekmuseum


Op 11 oktober 2003 wordt het gouden jubileum gevierd.

50 jaar is toch wel iets om trots op te zijn, en dat zijn we met zijn allen dan ook.

jubileum 11 oktober 2003
Met een groot feest ter gelegenheid van dit gouden jubileum. 11 oktober is een dag geworden van en voor alle medewerkers, donateurs en andere betrokkenen bij het museum.


ruimte voor foto
Piet de Rijk (L) en Jan Houdijk, bij de opening van de wagenoverkapping (op 6 juli 1985).

In het jubileumnummer van "Crimpenerhof-Nieuws 32" een terugblik: De foto’s in dit jubileum-nummer zijn een greep uit de vele herinneringen aan 50 vijftig jaar Streekmuseum.

Omdat het heel goed is de geschiedenis weer eens op een rijtje te zetten, is hieronder een artikel uit 1989 geplaatst, waarin de heer J. Houdijk vertelt over het ontstaan van het Streekmuseum.

 

Vondst:
tegeltableaus achter oud behang

Restauratie boerderij doet historie herleven

door DESIREE VAN DER JAGT

Krimpen aan den IJssel – ´Het kookhuys, het bouwhuys, de hooyschuur, de kleine schuur en 23 mergen land': zo staat de museumboerderij aan de IJsseldijk 312 vermeld in archieven die dateren van 19 februari 173l. De monumentale boerderij aan de IJsseldijk staat voor het oude boerenleven in de Krimpenerwaard van de laatste drie eeuwen en de historie van de streek. De huidige restauratie moet de oude glorie van de boerderij volledig herstellen.

Wanneer de geschiedenis van het pand begon is echter niet precies bekend.
"De gegevens uit het jaar 1731 staan vast, maar een onderzoek van een aantal jaren geleden naar de voorouders gaat zelfs terug tot 1600. Het is echter niet.zeker of die gegevens wel kloppen", zegt J.G. Houdijk, bestuurslid van de Stichting Streekmuseum voor de Krimpenerwaard Crimpenerhof en gepensioneerd architect. Hij is al sinds 1966 betrokken bij de restauratie van de monumentale Saksische Halle boerderij.

De gemeente Krimpen aan den IJssel kocht de boerderij in 1953 van de gebroeders De Jong. Het jaartal van de bouw is niet exact vastgesteld; maar ligt volgens Houdijk tussen 1675 en 1725.

Het gebouw is in de loop der jaren uitgebreid en gedeeltelijk gerestaureerd. Het pand is niet de enige oude boerderij in Krimpen. De gemeente telt een tiental monumentale veeboerderijen.
"De landerijen van de veeboerderijen had de gemeente nodig om uit te breiden, een proces dat werd versneld door de komst van de Algerabrug.
Krimpens oppervlakte reikte toen niet verder dan het kleuterschooltje bij de Crimpenerhof en het uitbreidingsplan van eind jaren vijftig ging ook niet veel verder", zegt Houdijk. "Krimpen had toentertijd blijkbaar een vooruitziende blik om nog voor de bouw van de brug in 1958 die boerderij op te kopen. Alle andere boerderijen en landerijen werden pas later (na 1958) opgekocht door de gemeente", zegt Houdijk.

ruimte voor foto

Het 30 jarig bestaan van de stichting Streekmuseum. (18-08-1983).

Onthullen naambord en eigen museumvlag door M. Littel, oprichter van de stichting.


De Stichting Oudheidkamer Krimpen kreeg van de gemeente in 1964 de ruimte in de boerderij aan de IJsseldijk aangeboden. "Wij hebben destijds een tentoonstelling gehouden over de brug. De meeste spullen die wij van de bevolking kregen mochten wij toen houden. Zo zijn wij in de loop der jaren aan bijna heel onze historische collectie gekomen", zegt Houdijk, die zich ook bezighoudt met het samenstellen van de tentoonstellingen. Het museum was eerst alleen gericht op de gemeente Krimpen, maar door de grote behoefte aan een museum voor de gehele Krimpenerwaard werd het uiteindelijk een streekmuseum.

De naam van de stichting werd veranderd in Stichting Streekmuseum voor de Krimpenerwaard 'Crimpenerhof'.

De gebroeders Huig, Cornelis Wijnand en Wijnand Cornelis de Jong waren net als hun voorvaderen veeboeren.
Hun grootvader Huig (1807 – 1888) kocht de Krimpense boerderij in 1840 van zijn vader onder voorbehoud van vruchtgebruik. Huig moest de boerderij wel uitbreiden om zijn 5 kinderen en ouders onder dak te brengen. In 1853 werd daarom het voorhuis verbouwd.
De boerderij kwam in 1815 in het bezit van de familie De Jong toen Jan Maartenszoon de Jong het pand op een veiling in Capelle kocht. Wie voor hem in de boerderij woonde is nog niet achterhaald.
De boerderijen in de Krimpenerwaard waren niet zoals die in de Alblasserwaard berekend op het soms grillige water. "Natuurlijk waren er hier ook wel dijkdoorbraken, maar toch niet zulke grote als aan de Lek. De boerderijen hadden daar zelfs een koeienzolder voor als het water de koeien naar de nek steeg. De dijk was hier blijkbaar sterk genoeg, want de boerderijen zijn niet speciaal aangepast".
Aan de nog bestaande funderingen kan Houdijk gedeeltelijk zien hoe de boerderij er oorspronkelijk uit zag. Zo is hij er tijdens de eerste restauraties achter gekomen dat de stal oorspronkelijk een stuk korter was. De oude scheidslijn heeft hij gemarkeerd met een rij grijze plavuizen (red. ter hoogte van het winkeltje kunt u dat zien).

Met de restauratie heeft Houdijk getracht om de boerderij weer zoveel mogelijk in zijn oude staat terug te brengen. Het voorhuis wordt in de originele staat van 1850 teruggebracht. en toegevoegd aan de museumruimte. De restauratie aan het voorhuis zal dit najaar beginnen.

Het restaureren van een oud pand vergt veel inzet en doorzettingsvermogen. Soms worden die beloond met onverwachte vondsten. Zo stuitten de restaurateurs tijdens het weghalen van het behang in het voorhuis op twee tegeltableaus, van een paard en van een koe. Als het aan Houdijk ligt zullen de tableaus net als de oude boerderij met zorg worden hersteld en bewaard voor het nageslacht.

Noot: De beide tegeltableaus zijn evenals de daaromheen gevonden witte tegels gebruikt bij de restauratie van de pronkkamer. De tableaus vindt u nu in de zijwanden van de haardpartij.

    tekst : overgenomen uit Crimpenerhof-Nieuws 32 (september 2003)
© copyright: hans'websites